Bijeenkomst 12 juni generale synode van de Protestantse Kerk – Lunteren

Het was goed om elkaar weer werkelijk te zien! Online waren er wat voorgesprekken geweest. Dit nieuwe fenomeen wordt breed gewaardeerd en draagt ook echt bij aan een goede bespreking. Maar, zoals voor al het werk in de kerk en daarbuiten geldt: de fysieke ontmoeting heeft echt meerwaarde. Je bent dan letterlijk met elkaar in één ruimte en voelt je op die manier ook verbonden met elkaar.

De ochtend werd begonnen met de nodige benoemingen, waaronder de herbenoeming van de scriba. Ds. René de Reuver aanvaard deze herbenoeming met een persoonlijke overweging rondom het Magnificat. (Deze is te lezen op www.protestantsekerk.nl)

Zo werd ook het middagdeel begonnen: een gesprek over het stuk ‘Geroepen en gezonden’. De aanleiding was een eerder rapport ‘Mozaïek van kerkplekken’. Hierin werd de positie van voorganger op nieuwe kerkplekken aangestipt. Wat mogen zij, wat kunnen zij? In het rapport ‘Geroepen en gezonden’ ging het uiteindelijk vooral om de positie van de kerkelijk werker, en dan in het bijzonder: de positie van de kerkelijk werker met preek- en sacramentsbevoegdheid.

Inmiddels werken velen van hen in onze kerk. Maar, hun rechtspositie is zwak. Daarnaast is hun positie in de kerk niet altijd even duidelijk. Zijn zij ambtsdrager zoals een ouderling dat is (velen van hen zijn bevestigd als ouderling) of eigenlijk toch een soort dominee? En hoe noem je hen dan? Vaak bestaat hun werk uit ‘domineeswerk’ maar loopt de waardering hiervoor ver achter. Zowel op materieel als institutioneel niveau. Het rapport zelf, met allerlei concrete gedachten over opleiding, positie en benaming, had al ruim voor 12 juni veel stof op laten waaien. Het ging namelijk over een pastor en die zou dan niet hetzelfde academisch niveau hebben als een dominee, of juist wel. En waar moeten predikanten dan heen?

Wat is hun opleiding nog waard?

Relevante vragen. Al snel was duidelijk dat het rapport in zijn geheel nooit door de synode zou worden overgenomen. De kritiek was fundamenteel. Het gesprek in Lunteren ging daarom niet over de praktische uitwerking van het rapport, maar over de ambtsvisie als basis. De urgentie werd gevoeld. Kerkelijk werkers zijn waardevol in onze kerk en verdienen ook een heldere positie als geroepen en gezonden arbeiders in Gods Koninkrijk. Het gesprek op de synode was opnieuw kritisch, maar open. Uiteindelijk werd een gewijzigd besluitvoorstel overgenomen. De ambtsvisie van het rapport verdient uitwerking, maar geeft een goed kader van de visie op het geordineerde ambt.

Sommige lezers zullen denken: ‘Typisch de Synode, er moet eerst weer nagedacht worden. Zo komen we nooit een stap verder!’ Toch vind ik dit een goede zaak. Als het gaat om ambtsvisie is zorgvuldigheid geboden. En dat betekent vaak: neem je tijd! Juist omdat er in verschillende regio’s verschillend over gedacht wordt (op de Veluwe zijn bijvoorbeeld minder kerkelijk werkers te vinden dan bijvoorbeeld in de classis Friesland), is het goed hierin eenheid te zoeken. De kerk kan alleen in verbondenheid op weg. Hoe we omgaan met degenen die ons als ambtsdrager willen dienen is daarom een zaak van zorgvuldig belang.

Thuisgekomen las ik het artikel over de besluitvorming in het ND. Dit deed in mijn ogen echt geen recht aan het gevoerde gesprek. Een later artikel in het RD gaf een beter beeld.

Ook voor de media geldt: snelheid geeft geen garantie voor zorgvuldigheid.

Ik zie uit naar de ontmoeting in september en wens een ieder in de tussentijd een goede zomer!

ds. Marrit Bassa
Voorst

Gerelateerde berichten